
Bergachtig en vriendelijke Nepal lijkt een voorbeeld te zijn voor hoe het ook anders kan. Het inmiddels al weer even geleden dat ik mij onder dompelde in de tradities en het familie leven in het verre Azië, maar toch wil ik nog even stilstaan bij het land en het gevoel wat het mij gegeven heeft.
Heden ten dagen lijkt er een steeds grotere verdeeldheid te zijn dan ooit, de verschillende tussen mensen zijn enorm. Bij de een stromen de miljoenen binnen en de ander harkt zijn schrale loontje bij elkaar om te kunnen overleven. Je zou misschien kunnen spreken van diversiteit, datgene wat ontwikkeling verder helpt. Maar het is een diversiteit die ongezond scherp afgetekend is en die gebaseerd is op ongelijkheid. Ongelijkheid in mogelijkheden en macht, een kloof die alleen maar groter wordt en een huidige systeem die dit onderhoudt.
Zoals een ex-bankmedewerker zei op de radio; “de klant staat tot op de dag van vandaag niet centraal”, er moeten targets gehaald worden voor een zo hoog mogelijk salaris. Hier gaat het niet om een dienstverlener die een dienst verleend aan zijn cliënten, maar een instelling die enkel uit is op een zo groot mogelijke winst, of de cliënt daar nou bij gebaat is of niet.
Kijk bijvoorbeeld naar Facebook dat inmiddels beursgenoteerd staat op de technologiebeurs Nasdaq. Een medium waar iedereen gratis toegang tot heeft, maar waar een kleine selecte groep mensen via aandelenhandel rijk wordt van iets waar bijna een miljard mensen gebruik van maken.
De scheiding die zich voor doet zal zich alleen maar scherper gaan aftekenen. De onvrede over het huidige economische systeem groeit dan ook sterk en het vertrouwen neemt af.
Veel wat ik aan den levende lijve heb ervaren in Nepal heeft een ander licht op de zaken doen schijnen. Het kan blijkbaar anders, we kunnen op een andere manier met elkaar en onze omgeving omgaan. Is dat in deze tijden geen vereiste om een verandering teweeg te brengen?
Het was voor mij bijna onwaarschijnlijk te merken dat er zoiets onbaatzuchtige behulpzaamheid bestaat. Mensen die je te woord staan met een oprechte glimlach en je voort helpen met datgene wat je zoekt.
Diep geworteld in de Nepalese cultuur zit het goed doen voor een ander, want dit komt niet alleen de ander, maar daarnaast ook al het andere, inclusief jezelf ten goede. Zo is iets goed doen niet enkel voor eigen gewin. Mocht dit de intentie zijn, uit zijn op eigen gewin, zal dat anderen schaden, is de gedachte. Dit kunnen we overal om ons heen zien.
Helaas zie je dit in Nepal ook om je heen, vooral en het gemakkelijkst in de stad waar de vrije markteconomie zijn intrede heeft gedaan en waar het schrille contrast tussen arm en rijk enorm is en de vervuiling groot. Toch voel je de Boeddhistische traditie om je heen, een helpende hand, een vriendelijk woord en die vriendelijke glimlach, een gevoel waarvan je zou denken dat de vrije markt in zo’n land niet zal functioneren. Er wordt gelachen en vooral ook gedeeld, gedeeld in datgene wat voorhanden is.
Op het platteland, als je deze term kan gebruiken voor zo’n bergachtige omgeving als Nepal, zie je een langzame verandering. Vooral door het toerisme zie je dat economische activiteiten groeien. Op zich is dit een geen verkeerde ontwikkeling, het kan leiden tot een betere levensstandaard, meer scholing en toegang bieden tot betere zorg. Maar de vraag is wat je er voor moet inleveren en of het de kwaliteit van het leven echt verbeterd, want het ontwricht vele mensen uit hun traditie wat normen en waarden doet vervagen. Een verschuiving van aandacht doet zich voor. Concurrentie begint te leven en de vraag naar Westerse producten stijgt. Gelukkig zie je dat velen de Nepalese cultuur in leven houden en dat veel van de tradities nog springlevend zijn. Er worden nog steeds rituelen gehouden om uiting te geven aan geloof en overtuiging. Zo werd er 49 dagen na de dood van een vrouw een puja gehouden om haar naar een goed volgend leven te leiden. Je kunt van alles denken over de rituelen die ze uitvoeren, maar het geeft een plek voor emotie en overgang en het creëert een grote sociale verbondenheid. Iets wat wij in onze huidige individualistische maatschappij bijna niet meer kennen. Wellicht is een kermis nog enig overblijfsel van een oud ritueel uit onze maatschappij.
Bij de jeugd in Nepal is er echter wel een verandering gaande en zal onder invloed van vooral het toerisme en internet deze nieuwe generatie anders om gaan met deze oude tradities.
Ik hoop alleen maar dat de traditie het wint van de Westerse hebzucht en dat wij mogen leren wat delen betekent.
Het thuisfront wachtte, de koffers waren gepakt en de laatste dagen waren aangebroken. Een bijzonder verblijf in een bijzonder land, dat mij geïntrigeerd heeft. Met een mengeling van gevoelens heb ik afscheid genomen van de mensen die ik de laatste vier maand om me heen heb gehad, er is een afscheidsfeestje geweest, waar toespraken gehouden zijn en ik een oorkonde gekregen heb ‘toegelaten in Guatemala’, een grapje, maar erg leuk. De laatste dagen zou ik heerlijk aan ‘het mooiste strand van Guatemala’ doorbrengen, Playa Blanca, Livingstone.
Playa Blanca heb ik bereikt, het witte zand tussen mijn tenen gehad, maar mijn laatste dagen in Guatemala zijn nog niet geteld. Het is op het moment nog de vraag wanneer ik precies naar huis mag. De verzekering en verschillende doktoren zullen hier een beslissing over nemen.
Een ziekenhuisbezoek en een operatie hebben mij er van weerhouden dat ik op mijn geplande vlucht kon stappen. Wederom een klaplong, bijna precies een jaar na dato. Een kleine week in het ziekenhuis met een slang uit mijn rechterzij in een stad waar ik niemand kende.
Op het moment zit ik in Antigua om bij te komen van dit alles. Er is mij gezegd dat ik minimaal nog drie weken in Guatemala moet blijven voordat ik weer mag vliegen. Rust en geduld is het doktersrecept, ik moet aansterken voordat ik weer iets mag en kan, helaas valt Xela, mijn thuisbasis van de afgelopen maanden hier ook buiten, omdat dit op een te grote hoogte ligt.
Het is raar om nog steeds hier te zijn, zoals ik al zei was ik klaar om terug te gaan naar het vertrouwde Nederland. Ik had al een ticket om zaterdag naar een festival te gaan, dit alles ging dus mooi niet door. Ook hier zijn de mensen verbaasd en geschokt. Het is dan ook fijn om te weten dat er veel mensen aan me denken.
Ik wil iedereen dan ook erg bedanken voor de berichten en de steun!! MUCHAS MUCHAS GRACIAS!!!
En ja, we blijven nog maar even genieten hier :)
Veranderingen doen zich altijd en overal voor, maar hoe groot kan deze verandering zijn en hoe snel kan die zich voor doen? De ervaring leert dat in een dag bijna alle mogelijke omstandigheden compleet anders kunnen zijn.
Zo zit je in de ochtendzon ergens op 3350 meter hoogte schapen te hoeden met de vader, het hoofd van het gezin van acht. Een lieflijke man die houdt van de natuur en die veel kennis heeft van alles wat er leeft. Zo plukt hij voor je neus een zo op het oog lijkend grasprietje uit de grond, dit blijkt echter een lenteuitje te zijn en wat zo uit de grond te eten is.
Het dorp, of beter gezegd het gehucht, want er leefden niet meer dan een paar families, heette Chiabal. Natuurlijk was er een voetvalveld, die vind je hier namelijk in elke uithoek en op elke hoogte, maar naast het voetbalveld was er werkelijk niets, pure eenvoud.
De eerste dag was het een shock voor mij, het was weekend en dat betekende zoveel als dat er niet werd gewerkt, er gebeurde dus niets. Daar zit je dan op ijzige hoogte, waar de varkens aan lijntjes rond grazen en kippen echt vrij kunnen scharrelen. Vervolgens was er een taalbarrière, ze konden wel Spaans, maar de moedertaal was Mam, een taal dat hier veel in deze regio gesproken wordt, maar van deze indianentaal, met alle respect, kun je geen woord verstaan. Denk je wat te kunnen verstaan vanuit het Spaans blijkt hetgene een compleet andere betekenis te bezitten. Dit leverde nogal eens grappige momenten op. In deze verwarring bracht ik hen ook nog wat Nederlands bij.
Wat me in het algemeen is opgevallen in de ruim vier dagen die ik daar heb doorgebracht, is dat er heel veel gelachen wordt en er veel vrolijkheid heerst.
Ik denk dat veel mensen zich een leven als dat niet voor kunnen stellen, maar het heeft bij mij een geweldig mooie indruk achter gelaten en ik heb gigantisch veel respect voor de mensen daar en waar dan ook die op deze manier leven.
Maar dan stap je een bus in, gaat de grens over naar Mexico, Chiapas, wat voormalig grondgebied van Guatemala is geweest, je wisselt nog een paar keer van bus, komt ’s avonds laat aan op de plaats van bestemming en je merkt het eerste enorme verschil wanneer je uitstapt. De temperatuur, het klimaat, de luchtvochtigheid. Het is hier heet, klam.
Van hoog in de bergen naar een plek die bijna op zeeniveau ligt. Van het stille dorp waar je de hele dag met een T-shirt, twee truien en een jas aan loopt, naar een stad waar eigenlijk ieder kledingstuk overbodig is zo warm is het er.
Daar waar de schapen aan het grazen waren, klommen de wilde apen door de boomtoppen.
Ik had mijn tas nog niet op de kamer gezet of ik kreeg al een biertje in mijn handen gedrukt, om al de thee die ik al die dagen ervoor had gedronken mee weg te spoelen.
Als ik ook terugkijk naar mijn foto’s is de verandering gigantisch. Van de familie in de keuken, naar de blauwgroene oase van Roberto Barrios.
Dus zo zit je ergens binnen voor de kachel die je warm houdt en een paar bussen later zwem je ergens rond op een adembenemend mooie plek met twee Mexicaanse schoonheden.
“Verandering doet leven” zegt men.
Maar hoogstwaarschijnlijk zal dit, gezien mijn frequentie van plaatsingen op mijn blog, de laatste keer zijn dat ik een verhaal schrijf vanuit het verre Guatemala.
Er staat mij dus nog een grote verandering te wachten, in zo’n vier weken zal ik weer op Nederlandse bodem staan.
Ik zal hier mijn laatste weken dan ook nog druk zijn om alles zo goed mogelijk af te ronden, zodat ik straks met vertrouwen kan afstuderen.
Chaos, die overal schijnt terug te komen en waar niemand van op kijkt, totdat je in de rij van supermarkt staat de kassa het begeeft, het systeem vervolgens uit valt en de volgende kassa opstart problemen vertoont, ja dan lijkt ook hier het geduld op te zijn.
In de stad is het overal druk, met mensen, auto’s die door elkaar rijden en veel lawaai produceren. Het openbaar vervoer voegt daar nog een schep bij bovenop, kleine minibusjes, waar vaak jonge jongens uit hangen en naar voorbijgangers schreeuwen om ze mee te krijgen. Iedereen heeft zo natuurlijk zijn eigen bestemming, maar het lijkt alsof ze hier het idee hebben dat het schreeuwen jou van gedachten doet veranderen en je ineens bedenkt om mee te gaan.
Dit verschijnsel, gewoon roepen wat je doet of wat je aanbiedt kom je hier trouwens veel tegen. TAXI, TAXI, WATERMELOEN, WATERMELOEN, IJS, IJS, kom toch binnen, kom toch binnen.
De busjes proberen ze op deze manier zo vol mogelijk te krijgen, daar waar er eigenlijk voor 9 mensen zitplaatsen zijn, proppen ze er met gemak 20 personen in, waarvan er een paar buitenboord hangen en zich goed vast moeten houden willen ze er in de bochten niet af vallen, of door het algemene roekeloze rijgedrag van de chauffeur. Waar je wilt stoppen ze en waar je jezelf ook maar bedenkt om mee te gaan, je kan altijd mee. Het maakt niet uit wat de route is, hoe ver het is, waar je in stapt of waar je uit stapt, je betaald altijd hetzelfde bedrag, de bespottelijke prijs van 12 eurocent.
Op de markt lijkt de chaos nog het grootst. Hier krioelt werkelijk alles door elkaar en wordt je overspoelt door indrukken, geluiden en word je neus vervuld met heerlijke en verschrikkelijke geuren. Zwerfhonden die overal aan ruiken of het te eten is, kinderen die achter een bal aan rennen of druk aan werk zijn met het poetsen van schoenen en auto’s die door de enorme drukte heen proberen te komen.
Je went er aan en vindt langzaam een ritme in deze chaos. Koopt bij dezelfde marktvrouw je sinasappels en stapt op bepaalde plekken in een minibus waarin je nog wat plaats ziet om redelijk comfortabel op bestemming te komen. Je kijkt niet meer op als er gezegd wordt dat we over 10 minuten vertrekken en dit toch een dikke 20 minuten later wordt. Dat er een afspraak niet doorgaat is ineens niet vreemd, maar kan voor andere mooie mogelijkheden zorgen, want in die chaos kan er van alles gebeuren en dit hoeft niet altijd slecht voor je uit te vallen. Of je komt op plekken waar je anders niet gekomen was waar je mooie foto’s kan schieten, of je komt mensen tegen die wat kunnen betekenen voor je onderzoek.
Ik probeer me dan ook maar zoveel mogelijk aan te sluiten en in de stroom van de chaos mijn weg te vinden.
De tijd die vliegt en houdt met niets rekening, de eerste maand in Guatemala zit er op en ik sta op het punt te beginnen met werken.
Na een week Spaanse les om tijd te doden en mijn Spaans te verbeteren moest er gewacht worden op de uitslag van de overheid of er begonnen kon worden aan het project. Ik kan nu vertellen dat er nog gewacht wordt en ik de beslissing heb genomen om zelf een ander project te zoeken, omdat er geen zekerheid is wanneer de uitslag er is.
Op het moment werk ik als coördinator op de school waar ik mijn Spaanse les heb gehad. Tevens zal ik hier projecten ondersteunen en heb ik de vrijheid om projecten te ontwikkelen. De familie die het bedrijfje runt is ontzettend vriendelijk en behulpzaam. En de vrouw des huizes, Elvia, kan nog ontzettend goed koken ook.
Het fijnste van alles is dat ik nu aan het werk ben.
Er is in de tijd dat ik hier ben natuurlijk al van alles gebeurd en heb mij verscheidene malen verbaasd als een kind die iets voor het eerst ziet of ervaart. Van dichtbij een nieuwe cultuur ervaren is soms intens en vraagt veel van je concentratie, je inlevingsvermogen, aanpassingsvermogen en je geduld dat je soms moet kunnen opbrengen, want niet alles gaat zoals je wilt dat het gaat.
Zo is er een halve dag geen stroom, niet alleen in het huis maar in de halve stad, krijg je onderweg naar huis autopech en moet je ’s nachts buiten op een bankje je nachtrust zien te pakken. Als je dan eindelijk weer op weg bent en bijna thuis bent krijg je een ongeluk doordat de chauffeur niet op zit te letten en de verkeersregels aan z’n laars lapt.
Slaap je bij een oom en tante in huis, dat vol staat met beelden en poppen uit de hele wereld en schrik je je rot door rondvliegende kakkerlakken en spinnen zo groot als je hand. ’s Middags zit je op een bezweet paard op het heetst van de dag of eet je een verse mango die je net van de boom is gevallen.
Of je kunt ineens beslissen de volgende dag een vulkaan te beklimmen, want ja, deze is op het moment zo actief dat het de uitgelezen mogelijkheid is om veel te activiteit te zien. Niet wetende hoe zwaar deze tocht is of wat er allemaal mee moet.
De volgende ochtend bleek dat er een heel overlevingspakket mee moest om twee dagen later weer in je eigen bedje te kunnen liggen. Ik moest een tas van bijna 15 kilo mee zuilen over een pad dat zonder tas al een serieuze beproeving van je conditionele gesteldheid zou zijn geweest. Nu had ik in mijn vorige reis nog wel wat bergervaringen opgedaan , maar heb ik de laatste 5 of 6 jaar niet tot nauwelijks iets aan mijn conditie gedaan.
Ik heb de prijs moeten betalen. Met pijn en moeite, verband om mijn knieën ben ik op de bestemming gekomen waar we overnachten. Het was zo zwaar dat ik soms omviel van de vermoeidheid. Een week lang heb ik spierpijn gehad en waren mijn benen zo hard als de stenen waarover ik naar boven ben geklauterd om de top te halen.
Maar ik moet zeggen dat het de moeite waard was, soms had ik het idee dat ik in een sciencefiction film beland was, zo onrealistisch leek het landschap om ons heen. Een soort oerwoud dat besneeuwd was met as. Voor even was je op een andere planeet. En vergezichten daar werd je stil van.
De tweede dag moesten we natuurlijk terug. Ik heb serieus stukken achteruit gelopen omdat dat voor mij minder vermoeiend was.
Om je iets een idee te geven.. Xela ligt op ongeveer 2300 meter hoogte, waar je al moeite hebt met ademen als je een stijle straat bewandeld. Wij begonnen de expeditie op zo’n 2000 meter en klommen omhoog naar een mirador (uitkijkpunt) dat op zo’n 2700 meter hoogte lag. Daarna vervolgende we onze weg, door onder andere een opgedroogde spiegelgladde rivier, mét een tas van 15 kilo, naar iets beneden de 1000 meter. Hard omlaag dus, iets wat mijn benen helemaal niet fijn vonden. Daar aangekomen stonden we aan de voet van de vulkaan Santiaguito, die nog getrotseerd moest worden. Klimmen over heerlijk lava gesteente dat zo scherp is dat het je handen open kan halen, naar 2500 meter.
Maar zo zit je een paar dagen later met allemaal Guatemalteken in een klein kantoortje en woon je een vergadering bij van de touroperators die praten over het opzetten van een coöperatie. Even bijlketsen met iemand die je een tijdje niet gezien hebt, of je telefoon opnemen schijnt normaal te zijn. Mij werd gevraagd waar mijn zaak was, want ze hadden me nog niet eerder gezien.
Het is intens, iedere dag is anders en morgen staat er weer een nieuwe voor de deur.
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.